ECLI:NL:RVS:2021:2096
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling eerst op 4 januari 2021 en vervolgens op 13 januari 2021 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de eerste maatregel gegrond en oordeelde dat de onrechtmatigheid doorwerkte in de tweede maatregel, waardoor ook deze onrechtmatig was. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de onrechtmatigheid van de eerste maatregel doorwerkt in de tweede maatregel, omdat deze laatste een andere wettelijke grondslag heeft en niet strekt tot uitvoering van de Dublinverordening. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank.
Verder stelt de vreemdeling dat de staatssecretaris niet tijdig is begonnen met de aanvraag van een laissez-passer, maar de Afdeling oordeelt dat dit niet aannemelijk is omdat de staatssecretaris de vreemdeling niet meer wil overdragen onder de Dublinverordening maar wil uitzetten op grond van de Terugkeerrichtlijn. Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.