Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, betwist de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring die op 20 maart 2025 is opgelegd. De rechtbank beperkt haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van deze maatregel onrechtmatig was, nu de bewaring inmiddels is opgeheven.
Eiser stelt dat de eerdere maatregel van 5 februari 2025 onrechtmatig was vanwege een te late omzetting en verwijst naar eerdere uitspraken. De rechtbank volgt de schottentheorie en oordeelt dat een onrechtmatigheid bij een eerdere maatregel niet automatisch doorwerkt naar een latere maatregel, tenzij sprake is van ernstige schendingen, wat hier niet is vastgesteld.
Verder is vastgesteld dat de huidige maatregel van bewaring op 20 maart 2025 om 14:40 uur is opgelegd, nadat de vorige maatregel om 14:32 uur was opgeheven, zodat er geen sprake was van gelijktijdige grondslagen. Ook is het terugkeerbesluit van 22 maart 2022 op correcte wijze bekendgemaakt aan eiser via zijn gemachtigde, en is voldoende duidelijk dat terugkeer naar Algerije verplicht is.
De rechtbank stelt vast dat de gronden voor de maatregel feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn, en dat verweerder voortvarend heeft gehandeld bij de uitzetting. Het standpunt van eiser dat een lichter middel had moeten worden toegepast, wordt verworpen omdat eiser vrijwillig vertrek naar Frankrijk wil, wat niet leidt tot vertrek uit de EU.
De ambtshalve toetsing leidt niet tot een oordeel dat de maatregel onrechtmatig was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.