Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser, een vreemdeling met de Oezbeekse nationaliteit, beroep ingesteld tegen een maatregel van bewaring die op 11 maart 2025 door verweerder is opgelegd. Eiser betoogde dat de eerdere maatregel van bewaring van 4 maart 2025 onrechtmatig was en dat dit doorwerkte op de huidige maatregel. De rechtbank beoordeelt echter uitsluitend de rechtmatigheid van de maatregel van 11 maart 2025 en past de schottentheorie toe, waarbij onrechtmatigheden van eerdere maatregelen in beginsel niet doorwerken naar latere maatregelen.
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een ernstige schending van fundamentele rechten of een opeenstapeling van ernstige gebreken die een afwijking van deze hoofdregel rechtvaardigen. Verweerder heeft de bewaring gemotiveerd met het oog op het verkrijgen van noodzakelijke gegevens voor de asielprocedure en het risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt. Eiser heeft deze gronden niet betwist.
Eiser voerde aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast, mede omdat hij op 17 maart 2025 een aanmeldgehoor had gehad en geen risico op onttrekking zou bestaan. De rechtbank oordeelt echter dat gezien de zware gronden en het risico op onttrekking geen minder dwingende maatregel toereikend is. De ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat de maatregel onrechtmatig is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel op 25 maart 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.