ECLI:NL:RVS:2021:2085
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- J.Th. Drop
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning uitbreiding pluimveebedrijf nabij Natura 2000-gebieden wegens onvoldoende bewijs niet-vervallen Hinderwetvergunningen
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 22 mei 2018 een vergunning voor de uitbreiding van een pluimveebedrijf aan een locatie in Someren, nabij diverse Natura 2000-gebieden. Stichting Brabantse Milieufederatie en andere appellanten stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders.
De kern van het geschil betrof de vraag of de oude Hinderwetvergunningen uit 1979 voor de betrokken locaties geheel of gedeeltelijk waren vervallen, omdat er mogelijk gedurende drie achtereenvolgende jaren minder dieren werden gehouden dan vergund. De Afdeling stelde dat het college onvoldoende had aangetoond dat de vergunningen niet waren vervallen in de periode 1979-1984, mede omdat de aangeleverde verklaringen en rapporten onvoldoende objectief bewijs boden.
De Afdeling concludeerde dat het college zich niet voldoende had verzekerd dat de aangevraagde bedrijfssituatie geen aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden zou veroorzaken, waardoor het besluit in strijd was met de Wet natuurbescherming. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 22 mei 2018 vernietigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de appellanten.
Uitkomst: Het besluit van 22 mei 2018 tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat de oude Hinderwetvergunningen niet zijn vervallen.