ECLI:NL:RVS:2015:3186
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning uitbreiding pluimveehouderij wegens onvoldoende stikstofmotivering
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 19 maart 2013 een vergunning voor de uitbreiding van een pluimveehouderij te Someren. De vereniging IVN en anderen stelden beroep in tegen dit besluit vanwege onvoldoende onderbouwing van de stikstofdepositie en de mogelijke aantasting van Natura 2000-gebieden.
Na meerdere tussenuitspraakprocedures waarin het college werd opgedragen de motivering te herstellen en nieuwe salderingsberekeningen uit te voeren, bleek dat het college niet aan deze opdrachten voldeed. Het college baseerde zich onterecht op onjuiste gegevens en voerde geen nieuwe berekeningen uit, terwijl de Afdeling had bepaald dat het BVB als uitgangspunt moest worden genomen.
De Afdeling oordeelt dat het college het gebrek niet heeft hersteld en vernietigt de besluiten van 19 maart 2013 en 23 juli 2014 voor zover zij vergunningen bevatten krachtens artikel 19d van de Nbw 1998. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wordt een termijn van zes maanden gesteld voor het nemen van een nieuw besluit.
Uitkomst: De besluiten tot vergunningverlening voor de uitbreiding van de pluimveehouderij worden vernietigd wegens strijd met de Natuurbeschermingswet 1998 en onvoldoende motivering van stikstofdepositie.