ECLI:NL:RVS:2021:167
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning en last onder dwangsom voor bewoning in strijd met bestemmingsplan Alkmaar
Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar weigerde een omgevingsvergunning voor het gebruik van een pand als woning, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan "Alkmaar Zuid-West". Tevens legde het college een last onder dwangsom op om het gebruik als woning te staken. De appellant betoogde dat het overgangsrecht van het bestemmingsplan van toepassing was, waardoor het gebruik als woning mocht worden voortgezet, en dat het college onterecht handhavend optrad.
De Raad van State oordeelde dat het overgangsrecht niet van toepassing is vanwege een onderbreking van ongeveer twee jaar in het gebruik als woning, zonder dat bijzondere omstandigheden dit konden rechtvaardigen. Het college handelde binnen haar beleidsruimte door de vergunning te weigeren, mede vanwege stedenbouwkundige bezwaren, privacyoverwegingen en mogelijke precedentwerking. De last onder dwangsom was terecht opgelegd, omdat de appellant nog steeds in het pand woonde, wat werd bevestigd door inschrijving in de basisregistratie personen en toezichthoudende constateringen.
De appellant voerde verder aan dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden en dat de last onduidelijk was, maar deze bezwaren werden verworpen. Ook de begunstigingstermijn voor het staken van de overtreding werd als redelijk beoordeeld. De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraken van de rechtbank Noord-Holland en verklaarde de hoger beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning en de last onder dwangsom voor bewoning in strijd met het bestemmingsplan.