ECLI:NL:RBDHA:2025:23396
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor het vervangen en vergroten van een steiger nabij een perceel in Kaag en Braassem
Deze uitspraak betreft de weigering van een omgevingsvergunning voor het vervangen en vergroten van een steiger nabij een perceel in Kaag en Braassem. Eiser, die de vergunning had aangevraagd, was het niet eens met de beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem om de vergunning te weigeren. De rechtbank heeft op 14 november 2025 uitspraak gedaan in deze zaak, waarbij het beroep van eiser ongegrond werd verklaard. De rechtbank heeft de beroepsgronden van eiser beoordeeld, waaronder het gelijkheidsbeginsel en het bouwovergangsrecht.
De rechtbank oordeelde dat het college de omgevingsvergunning terecht had geweigerd, omdat het bouwplan niet voldeed aan de geldende bestemmingsplannen. Eiser had aangevoerd dat er eerder een steiger had gestaan en dat de situatie van zijn perceel gelijk was aan dat van een aangrenzend perceel waar wel een steiger was toegestaan. De rechtbank concludeerde echter dat eiser niet voldoende bewijs had geleverd om zijn stellingen te onderbouwen.
De rechtbank heeft ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen, omdat de situatie van eiser niet als gelijkwaardig kon worden beschouwd ten opzichte van de situatie van de buren. Eiser kreeg geen gelijk en het college heeft de omgevingsvergunning terecht geweigerd. De uitspraak is openbaar uitgesproken en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.