ECLI:NL:RBDHA:2021:11194
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep verblijfsvergunning asiel Griekse statushouder
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard omdat internationale bescherming reeds door Griekenland was verleend. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure trok de staatssecretaris het bestreden besluit in, mede op basis van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juli 2021.
Naar aanleiding van de intrekking trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris gedeeltelijk aan het beroep tegemoet was gekomen en wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe. De proceskosten werden vastgesteld op €1.496,-, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier N.A. D’Hoore, en is openbaar bekendgemaakt op 8 oktober 2021. Verzoeker kan tegen deze uitspraak binnen zes weken een verzetschrift indienen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ad €1.496,- na intrekking van het beroep.