ECLI:NL:RBDHA:2021:11193
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot proceskostenvergoeding na intrekking verblijfsvergunningbesluit
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk verklaard omdat de aanvrager reeds internationale bescherming in Griekenland had ontvangen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Tijdens de procedure trok de staatssecretaris het bestreden besluit in, mede op basis van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoeker trok daarop het verzoek om voorlopige voorziening in, met het verzoek de proceskosten te vergoeden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris gedeeltelijk aan het verzoek tegemoet was gekomen en veroordeelde hem tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 748,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 748,- aan verzoeker.