ECLI:NL:RVS:2021:1563
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag op basis van Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een asielaanvraag van een Syrische vreemdeling niet in behandeling, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk was. De rechtbank oordeelde dat Kroatië onvoldoende toegang tot de asielprocedure biedt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt, waardoor het besluit werd vernietigd.
De Raad van State heroverwoog dit en stelde dat het claimakkoord met Kroatië zowel overname als terugname omvat en dat de staatssecretaris zich niet hoefde te vergewissen van de grondslag van Kroatiës verantwoordelijkheid. Tevens is het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing, omdat er geen objectieve aanwijzingen zijn dat Kroatië Dublinclaimanten onmenselijk behandelt of hen de toegang tot de asielprocedure ontzegt.
De verklaringen van de vreemdeling over pushbacks aan de buitengrens van Kroatië zijn niet gelijk te stellen aan de situatie van een Dublinclaimant die volgens het claimakkoord wordt overgedragen. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond, waardoor het beroep van de vreemdeling ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.