ECLI:NL:RVS:2021:1440
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar tegen last onder dwangsom
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg legde aan appellant een last onder dwangsom op wegens het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van een verblijfsobject op zijn perceel. Appellant diende een bezwaarschrift in tegen deze last, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid.
Appellant stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege een beroepsfout van zijn rechtsbijstandverlener, mede veroorzaakt door de coronapandemie en de sluiting van vestigingen, waardoor het bezwaarschrift niet tijdig werd verwerkt. Tevens wees appellant op een onjuist e-mailadres in het besluit.
De voorzieningenrechter van de Raad van State oordeelde dat onder de uitzonderlijke omstandigheden van de coronapandemie de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van het college van 8 juni 2020 vernietigd. Het college moet het bezwaar alsnog inhoudelijk behandelen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat eerst heroverweging door het college moet plaatsvinden.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college moet het bezwaar alsnog inhoudelijk behandelen.