ECLI:NL:RVS:2021:1392
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- C.J. Borman
- F.D. van Heijningen
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over zorgvuldige motivering en hoorplicht bij geslachtsnaamswijziging minderjarige
De minister had het verzoek van de vader om de geslachtsnaam van zijn minderjarige zoon te wijzigen toegewezen, ondanks bezwaar van de moeder. De rechtbank verklaarde het beroep van de moeder ongegrond, waarbij werd aangenomen dat de instemming van het kind doorslaggevend was. De moeder stelde dat het kind onder druk had verklaard de naamswijziging te willen en dat dit niet zijn werkelijke wens was. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de minister bij zijn besluit onvoldoende rekening had gehouden met deze latere verklaring en de bezwaren van de moeder.
De Afdeling oordeelde dat het besluit van de minister niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd, omdat niet alle relevante feiten en belangen waren meegewogen. De minister werd opgedragen binnen zes weken het besluit te herstellen door een deugdelijke motivering te geven dat de naamswijziging in het belang van het kind is. Daarbij moet het kind buiten aanwezigheid van de ouders opnieuw worden gehoord om zijn zelfstandige en onafhankelijke wil te toetsen.
De Afdeling verklaarde voorts de eerdere tussenuitspraak en einduitspraak ambtshalve vervallen. De zaak werd ter zitting behandeld waarbij partijen en het kind werden gehoord. De minister moet de nadere motivering op wettelijk voorgeschreven wijze bekendmaken en aan de Afdeling meedelen. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en het horen van het kind bij beslissingen over geslachtsnaamswijziging van minderjarigen.
Uitkomst: De minister wordt opgedragen het besluit binnen zes weken te herstellen met een deugdelijke motivering en het kind opnieuw te horen.