ECLI:NL:RVS:2021:2292
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naamswijziging minderjarige in belang van het kind
De moeder van een minderjarige heeft verzocht om de achternaam van haar dochter te wijzigen van de achternaam van de vader naar haar eigen achternaam. De dochter is erkend door de vader, maar woont sinds 2006 bij haar moeder, die sindsdien voor haar zorgt. De minister heeft het verzoek toegewezen, en de rechtbank heeft het beroep van de vader tegen dit besluit ongegrond verklaard.
De vader voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met zijn argumenten, met name dat de niet-westerse achternaam van de moeder nadelige maatschappelijke gevolgen kan hebben voor zijn dochter, die deze gevolgen als minderjarige niet kan overzien. De minister stelde dat de aard van de naam geen beoordelingscriterium is, maar dat het kind zelf de gevolgen moet kunnen overzien, wat in dit geval werd bevestigd.
De Raad van State oordeelt dat de minister een belangenafweging heeft gemaakt waarbij het belang van de dochter, die uitdrukkelijk haar wil heeft geuit en in een stabiele gezinssituatie bij haar moeder woont, zwaarder mag wegen dan het belang van de vader. De rechtbank heeft dit terecht bevestigd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naamswijziging blijft gehandhaafd.