ECLI:NL:RVS:2006:AY5895
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- F.P. Zwart
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Minister over wijziging geslachtsnaam minderjarige
De Minister van Justitie had besloten om een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van een minderjarige zoon in de naam van zijn moeder in te willigen, ondanks bezwaar van de vader. De vader betwistte dit besluit en stelde dat hij meer dan een vierde deel van de relevante periode in gezinsverband met zijn zoon had samengeleefd, wat volgens hem het besluit zou moeten beïnvloeden.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de vader ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de vader niet meer dan een vierde deel van de periode in gezinsverband had samengeleefd met zijn zoon. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de Minister verplicht was het verzoek in te willigen. De bevoegdheid van de Minister tot wijziging van de geslachtsnaam is discretionair en niet dwingend, ook als een uitzondering op de weigeringgrond zich voordoet.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de Minister en de uitspraak van de rechtbank en gelastte dat de Minister opnieuw op het bezwaar van de vader beslist, met inachtneming van alle relevante feiten en belangen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan de appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van de Minister tot inwilliging van de geslachtsnaamswijziging wordt vernietigd en de Minister moet opnieuw op het bezwaar beslissen.