ECLI:NL:RVS:2021:1101
Raad van State
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- G.M.H. Hoogvliet
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering omgevingsvergunning vervanging woonboot in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 12 juni 2017 een vervangingsvergunning voor de woonboot B, waarna deze vergunning later werd herroepen en geweigerd vanwege strijd met het bestemmingsplan "Oostelijk Havengebied Noord". De aanvraag voldeed niet aan de definitie van een woonschip omdat de opbouw niet authentiek was en de constructiehoogte werd overschreden.
Appellanten stelden dat de woonboot B wel als woonschip moest worden aangemerkt en dat het college onterecht de Vob-ontheffing van 7 november 2014 had ingetrokken. Ook werd een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was tot intrekking van de ontheffing en dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden. De woonboot B voldeed niet aan de authenticiteitseisen en het college handelde niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel.
Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de procedure minder dan vier jaar duurde. De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor appellanten geen ligplaats mogen innemen met de woonboot B aan de locatie in Amsterdam.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.