ECLI:NL:RVS:2019:265
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake kinderopvangtoeslag herzieningsverzoeken en proceskostenvergoeding
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing door de Belastingdienst/Toeslagen van verzoeken tot herziening van kinderopvangtoeslag over de jaren 2008 tot en met 2011. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde de beroepen ongegrond en wees de verzoeken af vanwege het verstrijken van de wettelijke termijn voor herziening en het ontbreken van nieuwe feiten.
Appellant betoogde dat hij te goeder trouw handelde en dat de Belastingdienst onterecht concludeerde dat hij de kosten niet volledig had voldaan. Tevens stelde hij dat hij in de bezwaarfase onvoldoende werd gehoord en niet over alle stukken beschikte, waardoor zijn belangen werden geschaad.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht het verzoek om herziening over de jaren 2008-2010 afwees wegens termijnoverschrijding. Voor 2011 was geen aanleiding tot herziening, omdat appellant geen nieuwe feiten aanvoerde. Wel vernietigt de Raad het vonnis voor zover de rechtbank naliet de Belastingdienst te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, omdat appellant door het niet toezenden van stukken in zijn belangen is geschaad.
De Raad veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van € 2.048 aan proceskosten en € 299 aan griffierecht. Voor het overige wordt het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de Belastingdienst niet is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht; de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding hiervan.