ECLI:NL:RVS:2021:1062
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke geschiktheid rijbewijs bij epileptische aanvallen en zorgvuldigheid medisch advies
De zaak betreft het hoger beroep van het CBR tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg die het besluit van het CBR vernietigde om [aanvrager] onder voorwaarden geschikt te verklaren voor het besturen van motorvoertuigen van categorie B en BE voor een termijn van twee jaar.
De medische beoordeling van neuroloog Dellemijn kwalificeerde eerdere wegrakingen van [aanvrager] als epileptische aanvallen, waarop het CBR de geschiktheidstermijn baseerde. [Aanvrager] betwistte deze kwalificatie en voerde aan dat niet onomstotelijk was vastgesteld dat het om epileptische aanvallen ging, en dat de eerste wegraking van 20 jaar geleden onvoldoende was onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat het CBR niet op het advies van Dellemijn had mogen vertrouwen vanwege onduidelijkheden en een gebrek aan zorgvuldigheid in het advies, met name over de eerste wegraking. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en stelt dat het CBR onvoldoende heeft aangetoond dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de conclusie over de eerste wegraking onvoldoende is onderbouwd.
Het hoger beroep van het CBR wordt ongegrond verklaard, en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het CBR wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van [aanvrager].
Uitkomst: Het hoger beroep van het CBR wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.