Uitspraak
200606675/1), bestaat in een geval waarin de diagnose alcoholmisbruik is gesteld slechts aanleiding om de ongeldigverklaring niet in stand te laten, indien de psychiatrische rapportage naar inhoud of wijze van totstandkoming gebreken vertoont, inhoudelijk tegenstrijdig of anderszins niet of niet voldoende concludent is, zodanig dat het CBR zich daarop niet heeft mogen baseren.
200909675/1/H3 en 200909675/2/H3), is het niet aan de bestuursrechter om te beoordelen of de medische bevindingen van de deskundige juist zijn of een eigen oordeel daarvoor in de plaats te stellen. [appellant] heeft in beroep geen bericht van een medisch deskundige overgelegd, waarin de diagnoses van de zenuwarts worden weersproken. De rechtbank heeft in het in beroep aangevoerde dan ook terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het CBR zich niet op basis van het medisch oordeel van de zenuwarts op het standpunt mocht stellen dat [appellant] ongeschikt is voor het besturen van motorrijtuigen. Dat zij bij de vermelding van de aanhoudingen, op grond waarvan mededeling van een vermoeden van ongeschiktheid aan het CBR is gedaan, onjuiste data heeft gebruikt, is geen reden om anders te oordelen, reeds omdat de uitslag van het onderzoek niet op die aanhoudingen is gebaseerd en de rechtbank deze bij de beoordeling van die uitslag evenmin in aanmerking heeft genomen.