ECLI:NL:RVS:2020:863
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.Th. Drop
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens lidmaatschap criminele motorclub
De korpschef van politie weigerde op 21 december 2017 toestemming aan appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten vanwege zijn lidmaatschap van een motorclub ([club 1]) waarvan meerdere leden strafrechtelijke antecedenten hebben. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de rechtbank op 26 maart 2019 werd afgewezen. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze uitspraak op 25 maart 2020.
De Afdeling oordeelde dat de korpschef terecht een strenge maatstaf hanteert voor betrouwbaarheid in de beveiligingsbranche en dat het begrip 'verkeren in criminele kringen' niet onduidelijk is. Het lidmaatschap van appellant van een motorclub met een aanzienlijk deel veroordeelde leden vormt een voldoende grond voor het oordeel dat zijn betrouwbaarheid niet boven elke twijfel verheven is. Het feit dat appellant niet persoonlijk verwijtbaar is voor de strafbare feiten van andere leden doet hieraan niet af.
Verder werd geoordeeld dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat geen vergelijkbare gevallen zijn vastgesteld. Ook werd het beroep op schending van het recht op een eerlijk proces en equality of arms verworpen, aangezien appellant voldoende inzicht kreeg in de gronden en stukken, met inachtneming van privacybescherming. Het verzoek om een getuige te horen werd afgewezen omdat deze geen relevante aanvullende informatie kon verschaffen.
De Afdeling bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden vanwege het lidmaatschap van appellant van een motorclub met strafrechtelijke antecedenten.