ECLI:NL:RVS:2020:453
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing informatieverzoek staatssecretaris inzake internationale belastingbijstand
De staatssecretaris van Financiën verzocht [appellante] op 2 mei 2018 om inlichtingen te verstrekken over de jaren 2014-2016 op grond van het Uitvoeringsbesluit internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen. [Appellante] maakte bezwaar tegen dit verzoek, dat door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond.
In hoger beroep stelde [appellante] dat het verzoek tot informatieverstrekking als een besluit moet worden aangemerkt waartegen rechtsmiddelen mogelijk zijn, mede gelet op het arrest Berlioz van het Hof van Justitie. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zich een zeer uitzonderlijke situatie voordeed, omdat [appellante] geen andere mogelijkheid heeft om voorafgaand aan een eventuele bestuurlijke boete of uitwisseling van gegevens in Nederland rechtsbescherming te verkrijgen. Daarom moet de brief van 2 mei 2018 als besluit worden gelijkgesteld.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 26 juni 2018 en verklaarde het beroep gegrond. De staatssecretaris moet binnen twaalf weken een inhoudelijk besluit op bezwaar nemen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Deze uitspraak verduidelijkt de rechtsbescherming bij informatieverzoeken in het kader van internationale belastingbijstand.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard; de brief van 2 mei 2018 wordt als besluit aangemerkt.