ECLI:NL:RVS:2020:295
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor illegale woningvermeerdering in Breda
Het college van burgemeester en wethouders van Breda legde op 1 november 2017 een last onder dwangsom op aan de eigenaar van een pand waar zonder vergunning vier zelfstandige woningen waren gerealiseerd, terwijl het bestemmingsplan slechts één woning toestaat. De last verplichtte de eigenaar om de drie extra woningen te verwijderen en het gebruik te staken, met een dwangsom van €5.000 per woning.
De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat sprake was van een overtreding, geen concreet zicht op legalisatie bestond, de termijn van vier maanden niet onredelijk was, en het opleggen van een dwangsom per wooneenheid terecht was. De eigenaar stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Zij oordeelt dat de overtreding vaststaat en het college terecht handhavend optreedt. Het argument van de eigenaar dat er sprake zou zijn van concreet zicht op legalisatie faalt, mede omdat de aanvraag om vergunning pas na het besluit werd ingediend. Ook de stelling dat handhaving onevenredig is vanwege het ontbreken van klachten en de behoefte aan betaalbare woningen wordt verworpen. De begunstigingstermijn van vier maanden is niet onredelijk en de dwangsom per wooneenheid is geoorloofd.
Daarnaast is het besluit tot invordering van de dwangsommen van €15.000 bevestigd. De Afdeling wijst het beroep af en bevestigt het collegebesluit, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen de invordering van de dwangsommen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.