ECLI:NL:RVS:2020:2830
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen dwangsom bij verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk verklaard
Bij besluit van 3 juni 2020 verleende de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling en bepaalde dat geen dwangsom was verbeurd.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en stelde dat de staatssecretaris een dwangsom van €2.600,00 had verbeurd wegens het niet tijdig uitvoeren van een eerdere uitspraak. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het standpunt van de staatssecretaris over de verschuldigdheid en hoogte van de dwangsom geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en dat de rechtbank daarom onbevoegd is om hierover te oordelen. De vreemdeling dient zich tot de burgerlijke rechter te wenden voor de vaststelling van de dwangsom.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de rechtbank onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep tegen de hoogte van de dwangsom. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank is onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de hoogte van de dwangsom, hoger beroep gegrond verklaard en uitspraak vernietigd.