ECLI:NL:RVS:2020:2737
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing Wet natuurbescherming voor compensatiegebied Bloemendalerpolder
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland verleende op 10 april 2018 een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming aan GEM Bloemendalerpolder C.V. voor de inrichting en ontwikkeling van een compensatiegebied in de Bloemendalerpolder te Weesp. Deze ontheffing heeft betrekking op beschermde diersoorten zoals de heikikker, rugstreeppad en ringslang.
De stichting Flora & Faunabescherming stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de ontheffing onvoldoende waarborgen biedt voor de beschermde soorten, onder meer vanwege onduidelijkheid over de aard, omvang en locatie van werkzaamheden, het ontbreken van voorschriften over faunaschermen en waterkwaliteit, en het toestaan van werkzaamheden in kwetsbare perioden.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep ongegrond, waarna de stichting hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Zij oordeelde dat de ontheffing voldoende duidelijkheid en waarborgen bevat, dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt, en dat de voorgeschreven maatregelen en werkwijze, waaronder het tijdelijk ongeschikt maken van locaties en het verplaatsen van dieren onder toezicht van een ecoloog, adequaat zijn.
De Afdeling verwierp ook het betoog dat faunaschermen verplicht moesten worden gesteld, dat er onvoldoende voorschriften waren over de pH-waarde van water bij het uitzetten van eiklompen, en dat werkzaamheden in kwetsbare perioden niet mochten plaatsvinden. Ook concludeerde zij dat het college alle bezwaargronden voldoende heeft behandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.