De Stichting Flora & Faunabescherming (SFF) verzocht op 19 juli 2019 om handhavend op te treden tegen GEM Bloemendalerpolder vanwege vermeende overtredingen van natuurontheffingen en de Wet natuurbescherming (Wnb). Na eerdere afwijzingen en vernietigingen door de Raad van State, nam verweerder een nieuw besluit op bezwaar van 31 juli 2025 waarin het bezwaar van SFF deels werd gegrond verklaard, maar werd afgezien van handhavend optreden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder voldoende onderzoek heeft verricht naar de omvang en draagkracht van het compensatiegebied, het opzettelijk doden van rugstreeppadden in woonwijken en de uitvoering van beheerswerkzaamheden. Verweerder baseert zijn besluit op recente ecologische onderzoeken, monitoringrapporten en een beheer- en onderhoudsplan, en concludeert dat handhaving niet noodzakelijk is.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wordt niet als belanghebbende toegelaten omdat het natuurbelang niet aan het college is toevertrouwd en het college geen eigenaar is van de betrokken gronden. De SFF wordt wel als belanghebbende erkend, maar haar beroep wordt ongegrond verklaard omdat de belangenafweging en onderbouwing van verweerder toereikend zijn.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bepaalt dat de SFF geen griffierecht terugkrijgt noch proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.H.M. Bruin op 27 november 2025.