ECLI:NL:RVS:2020:1996
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- P.H.A. Knol
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluiten tegen illegale hondenfokkerij en bouwwerken in Bladel
Het college van burgemeester en wethouders van Bladel heeft op 30 juni 2016 een last onder dwangsom opgelegd aan appellant om tien bouwwerken te verwijderen en het gebruik van het perceel als hondenfokkerij, bedrijfsmatige verkoop en houden van honden en paarden te beëindigen. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het besluit voor zover het betrekking had op het bedrijfsmatig houden van paarden, waarna het college dit deel introk.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in hoger beroep vastgesteld dat het college bevoegd was om handhavend op te treden tegen het bedrijfsmatig houden en verkopen van honden en tegen de bouwwerken zonder omgevingsvergunning. De stellingen van appellant dat de puppy's tijdelijk waren ondergebracht, dat de verkoop alleen vanaf een ander perceel plaatsvond, en dat sommige bouwwerken niet als bouwwerken kwalificeren, werden verworpen.
Appellant voerde verder aan dat het college onzorgvuldig en vooringenomen had gehandeld, het fair play-beginsel had geschonden en het gelijkheidsbeginsel niet in acht had genomen. Deze bezwaren werden door de Afdeling ongegrond verklaard. Ook de invordering van verbeurde dwangsommen werd bevestigd, ondanks betwisting van appellant over de hoogte en het bedrijfsmatige karakter van de verkoop.
De Afdeling bevestigt daarmee de uitspraken van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Het betaalde griffierecht voor het hoger beroep in één van de zaken wordt aan appellant terugbetaald vanwege een procedurele onvolkomenheid bij de rechtbank.
Uitkomst: De handhavingsbesluiten en invorderingsbesluiten worden bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.