ECLI:NL:RBDHA:2020:10862
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen overdracht alleenstaande moeder met minderjarige kinderen aan Italië op grond van Dublinverordening
Eiseres, een Nigeriaanse alleenstaande moeder met drie minderjarige kinderen, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen en haar overdracht aan Italië te gelasten op grond van de Dublinverordening. De voorzieningenrechter had eerder een voorlopige voorziening getroffen waardoor overdracht werd opgeschort totdat op het beroep was beslist.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Italië en dat het niet aannemelijk is dat overdracht aan Italië leidt tot een schending van artikel 3 EVRM Pro, ook voor kwetsbare personen zoals alleenstaande moeders met jonge kinderen. Eiseres betoogde dat Nederland het asielverzoek op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro aan zich moest trekken vanwege de Nederlandse nationaliteit van haar jongste kind, maar slaagde niet in de bewijslast.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de door eiseres aangevoerde rapporten en omstandigheden onvoldoende zijn om dit te weerleggen. Ook de stelling dat de overdracht de mogelijkheid tot aangifte van mensenhandel zou doorkruisen, faalt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.