ECLI:NL:RVS:2020:157
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken rechtsbijstand
De vreemdeling is op 22 november 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tijdens het daaropvolgende gehoor heeft hij verzocht om rechtsbijstand, maar door een fout bij de piketcentrale is hem geen advocaat toegewezen. Hierdoor is hij bijna vier weken verstoken gebleven van rechtsbijstand, wat in strijd is met artikel 100, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank had geoordeeld dat ondanks dit gebrek de belangen van de staatssecretaris zwaarder wogen, waardoor de bewaring niet onrechtmatig was. De Raad van State oordeelt echter dat deze belangenafweging onjuist was, gezien de ernst van het gebrek en de duur van het ontbreken van rechtsbijstand. Hierdoor is de bewaring onrechtmatig.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en heft de bewaring met ingang van de uitspraakdatum op. Tevens wordt aan de vreemdeling een schadevergoeding van €4.720 toegekend en worden de proceskosten van €525 vergoed aan de vreemdeling.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatigheid door het ontbreken van rechtsbijstand en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.