Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling met de Sierra Leoonse nationaliteit, werd op 10 augustus 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij had voorafgaand aan het gehoor verzocht om rechtsbijstand, maar verweerder heeft onvoldoende inspanningen verricht om de door eiser gewenste voorkeursadvocaat te bereiken. Hierdoor was eiser gedurende vier weken verstoken van rechtsbijstand, wat in strijd is met artikel 100 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank constateert dat de inbewaringstelling onrechtmatig is omdat de belangen van de maatregel niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de geschonden belangen van eiser. Verweerder heeft niet gehandeld conform het eigen beleid, waarin is bepaald dat bij onbereikbaarheid van de voorkeursadvocaat de piketcentrale moet worden ingeschakeld.
De rechtbank wijst de door verweerder aangehaalde jurisprudentie af omdat deze niet vergelijkbaar is met de onderhavige situatie. Gezien de aard van de maatregel en de duur van het ontbreken van rechtsbijstand, beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 15 september 2022 en kent een schadevergoeding toe van € 3.700 voor 37 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming.
Daarnaast worden de proceskosten van eiser vastgesteld op € 1.518 en wordt verweerder daartoe veroordeeld. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de maatregel van bewaring en kent een schadevergoeding van € 3.700 toe.