ECLI:NL:RVS:2018:2483
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken rechtsbijstand
De vreemdeling werd op 27 mei 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tijdens het gehoor werd hem medegedeeld dat hij zich door een raadsman kon laten bijstaan, waarop hij aangaf dit te willen. De bevoegde ambtenaar heeft slechts één poging gedaan om de advocaat telefonisch te bereiken, maar de advocaat was niet aanwezig tijdens het gehoor. Hierdoor heeft de vreemdeling vier weken lang geen rechtsbijstand gehad.
De rechtbank oordeelde dat deze tekortkoming niet tot onrechtmatigheid van de bewaring leidde, maar de Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende inspanningen had verricht om rechtsbijstand te waarborgen. Gezien de aard en duur van de maatregel en het ontbreken van zwaarwegende belangen aan de zijde van de staatssecretaris, was de bewaring onrechtmatig.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel per direct wordt opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een schadevergoeding toegekend en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring is onrechtmatig verklaard en per direct opgeheven met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.