Eiser, van Oezbeekse nationaliteit, werd op 18 juni 2022 in bewaring gesteld door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De maatregel werd op 29 juni 2022 opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen de bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was. Eiser had tijdens het gehoor medische klachten zoals rug- en keelpijn en een slechte psychologische toestand verklaard. Verweerder motiveerde onvoldoende waarom geen lichter middel werd toegepast ondanks deze klachten.
De rechtbank oordeelde dat dit een motiveringsgebrek vormde en dat de belangenafweging in het voordeel van eiser uitviel. De bewaring was vanaf het moment van opleggen onrechtmatig. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van € 1.260,- voor 12 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde verweerder in de proceskosten van € 1.518,-.