ECLI:NL:RVS:2016:1016
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens schending recht op tijdige rechtsbijstand
De vreemdeling werd op 9 januari 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof het niet tijdig toewijzen van een raadsman na de inbewaringstelling, doordat de piketmelding niet was verzonden. Dit leidde ertoe dat de vreemdeling drie weken zonder rechtsbijstand verbleef, wat in strijd is met artikel 100 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Raad van State oordeelde dat dit gebrek de bewaring onrechtmatig maakt, omdat de belangen die met de bewaring worden gediend niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschaad belangen. De bewaring werd daarom opgeheven en aan de vreemdeling werd een vergoeding van €6.610 toegekend. Tevens werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en aan de vreemdeling wordt een schadevergoeding toegekend wegens het niet tijdig toewijzen van rechtsbijstand.