ECLI:NL:RVS:2019:625
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering zorg- en huurtoeslag wegens niet-rechtmatig verblijf partner
De zaak betreft het hoger beroep van appellanten tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die de weigering van zorg- en huurtoeslag bevestigde. De Belastingdienst/Toeslagen had de toeslagen voor appellant B over 2014 en voor appellant A over 2016 definitief op nihil gesteld omdat appellant B geen rechtmatig verblijf in Nederland had.
Appellanten voerden aan dat het doorkoppelingsbeginsel niet van toepassing zou moeten zijn, dat het besluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven) en artikel 1 EP Pro (eigendom), en dat appellant B op grond van artikel 20 VWEU Pro een afgeleid verblijfsrecht zou hebben. De Raad van State oordeelde dat het doorkoppelingsbeginsel terecht is toegepast en dat er geen sprake is van een onrechtmatige inbreuk op het gezinsleven of eigendomsrecht.
Verder stelde de Raad dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht heeft aangenomen dat appellant B geen rechten aan artikel 20 VWEU Pro kan ontlenen, omdat onvoldoende is gesteld dat sprake is van een zodanige afhankelijkheidsrelatie. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van zorg- en huurtoeslag bevestigd.