ECLI:NL:RVS:2013:1846
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- C.H.M. van Altena
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kindgebonden budget wegens ontbreken rechtmatig verblijf
De Belastingdienst weigerde een aanvraag voor een kindgebonden budget voor 2011 omdat appellant niet over een geldige verblijfstitel beschikte, waardoor geen kinderbijslag werd toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat de weigering in strijd was met artikel 20 VWEU Pro, omdat haar dochter, burger van de Unie, daardoor feitelijk gedwongen zou worden Nederland of de Unie te verlaten. De Afdeling oordeelde dat dit niet aannemelijk was en dat het koppelingsbeginsel, dat het recht op uitkeringen koppelt aan rechtmatig verblijf, een redelijke en objectieve rechtvaardiging vormt.
Verder stelde appellant dat de weigering in strijd was met het recht op privé- en gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) en het discriminatieverbod (artikel 14 EVRM Pro). De Afdeling stelde vast dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen en dat het belang van het kind bij de beoordeling werd betrokken. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het kindgebonden budget bevestigd.