ECLI:NL:RVS:2019:4202
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel Hazara in Afghanistan
De staatssecretaris wees op 26 januari 2018 de aanvraag van een Hazara uit Afghanistan om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van de staatssecretaris volgde dat Hazara geen reëel risico lopen op vervolging of onmenselijke behandeling in Afghanistan.
Uit diverse rapporten en bronnen bleek dat Hazara in Afghanistan weliswaar niet als groep systematisch worden vervolgd, maar wel aanzienlijke discriminatie, aanvallen en ontheemding ondervinden. De situatie was verslechterd en de risico's voor Hazara waren toegenomen, mede door conflicten met Taliban, ISKP en andere strijdende groepen. De Afdeling stelde dat het enkele behoren tot de Hazara niet automatisch recht geeft op asiel, maar dat de staatssecretaris wel zijn beleid en motivering moest herzien en duidelijk moest maken hoe het behoren tot de Hazara wordt meegewogen bij individuele asielaanvragen.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 26 januari 2018 en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De uitspraak bevat een uitgebreide motivering die ook in andere vergelijkbare zaken kan worden toegepast, waarmee de rechtsontwikkeling en rechtsbescherming worden bevorderd.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van de positie van Hazara.