ECLI:NL:RVS:2019:4118
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid asielaanvragen wegens beschermde status in Griekenland
De staatssecretaris heeft bij besluiten van 15 maart 2018 de asielaanvragen van de vreemdelingen niet-ontvankelijk verklaard omdat zij al een verblijfsvergunning en beschermde status in Griekenland hadden. De rechtbank verklaarde deze besluiten onterecht en oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdelingen geen reëel risico liepen op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de juridische positie van statushouders in Griekenland vergelijkbaar is met die van Griekse staatsburgers en dat de vreemdelingen geen bijzondere kwetsbaarheid vertonen. Hij verwees naar medische zorg, onderdak en uitkeringen die de vreemdelingen in Griekenland ontvingen en benadrukte het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris de individuele omstandigheden voldoende had betrokken en gemotiveerd dat er geen reëel risico is op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdelingen werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvragen bevestigd.