ECLI:NL:RVS:2019:2586
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid identiteit en herkomst vreemdeling in asielprocedure
De staatssecretaris wees een aanvraag van een Eritrese vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af vanwege twijfels over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. De rechtbank vernietigde dit besluit en achtte de nationaliteit en herkomst wel geloofwaardig, ondanks het niet aannemelijk maken van de identiteit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte te veel gewicht gaf aan correcte antwoorden op vragen over het land van herkomst, terwijl de vreemdeling tegenstrijdige verklaringen gaf over essentiële aspecten van de Eritrese samenleving. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris terecht twijfels had bij de identiteit en herkomst, mede door het gebruik van meerdere namen en geboortedata en onlogische verklaringen.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Hierdoor blijft het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.