ECLI:NL:RVS:2019:1408
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
De staatssecretaris heeft op 24 juli 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen omdat de vreemdeling tegenstrijdige en/of valse informatie verstrekte en relevante gegevens achterhield. De rechtbank heeft dit besluit op 16 augustus 2018 bevestigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de staatssecretaris onterecht zijn verklaringen over identiteit, herkomst en nationaliteit ongeloofwaardig achtte en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel vereiste dat de staatssecretaris uitging van de door Zwitserland geregistreerde gegevens. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat dit beginsel niet verplicht tot het accepteren van geregistreerde gegevens indien nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht.
Het overige hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.