ECLI:NL:RVS:2019:2169
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over handhaving Wet natuurbescherming bij achterstallig onderhoud schansen Weesp
De Stichting Flora & Faunabescherming Weesp verzocht de staatssecretaris om handhavend op te treden tegen werkzaamheden van de gemeente Weesp aan de schansen en omliggende dijken, wegens mogelijke overtredingen van de Flora- en faunawet (later Wet natuurbescherming). De staatssecretaris wees dit verzoek af en het college van gedeputeerde staten bevestigde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van de Stichting ongegrond. De Stichting ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het college bij de beslissing op bezwaar niet alle door de Stichting ingediende stukken heeft meegewogen, waardoor het besluit in strijd is met artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom vernietigt de Afdeling het besluit van 12 april 2017 en verklaart het beroep gegrond. De Afdeling stelt echter vast dat het college de ontbrekende stukken later heeft betrokken bij een herbeoordeling en terecht concludeert dat de werkzaamheden met inachtneming van het Mitigatieplan geen verboden van de Wet natuurbescherming overtreden.
De Afdeling laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en wijst het verzoek van de Stichting om handhaving af. De Stichting heeft nog belang bij het hoger beroep, ook al is het achterstallig onderhoud inmiddels voltooid, omdat de gevolgen van eventuele overtredingen voortduren. De Afdeling veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De procedure is hiermee beëindigd.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd wegens strijd met artikel 7:11 Awb, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het verzoek om handhaving wordt afgewezen.