Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 oktober 2017 in de zaken tussen
Stichting Flora -en Faunabescherming Weesp, te Weesp, verzoekster
Gemeente Weesp(de gemeente), te Weesp, gemachtigde: mr. E.T. de Jong.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om handhavend op te treden tegen werkzaamheden van de gemeente Weesp op de schansen, omdat deze naar haar mening zouden leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (Wnb). Een deel van de werkzaamheden was reeds uitgevoerd, waardoor het belang bij handhaving daarvan verviel. De overige werkzaamheden betreffen regulier onderhoud, zoals het verwijderen van jong opschot, waarvoor verzoekster nog wel belang heeft.
De rechtbank beoordeelde het verzoek als een preventief handhavingsverzoek en stelde vast dat een dergelijk besluit alleen kan worden genomen bij een dreigend en klaarblijkelijk gevaar van overtreding. Uit het ecologisch onderzoek en het mitigatieplan van Regelink Ecologie & Landschap bleek dat bij uitvoering conform de voorgestelde maatregelen geen overtredingen van de Wnb te verwachten zijn.
Verzoekster voerde aan dat de werkzaamheden negatieve effecten zouden hebben op diverse beschermde diersoorten, waaronder vleermuizen, ringslang, waterspitsmuis, rugstreeppad en vissoorten. De rechtbank vond echter onvoldoende bewijs dat de geplande werkzaamheden met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid tot overtredingen zouden leiden. Ook werd vastgesteld dat werkzaamheden aan rietkragen niet zouden plaatsvinden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.