ECLI:NL:RVS:2019:2014
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen gronddepot in strijd met bestemmingsplan
Lingemeer Holding B.V. is eigenaar van een perceel waarop sinds circa 1995 een gronddepot van ongeveer 600 m3 aanwezig is. Het college van burgemeester en wethouders van Buren heeft bij besluit van 18 november 2016 Lingemeer gelast het depot te verwijderen omdat het in strijd is met de bestemming 'Groen' volgens het bestemmingsplan Kernen Buren. Lingemeer betwistte dit en voerde onder meer aan dat het depot begroeid is en binnen de bestemming past, dat het college niet bevoegd was tot handhaving, dat het vertrouwensbeginsel is geschonden door eerdere toezeggingen, en dat handhaving onevenredige financiële gevolgen heeft.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van Lingemeer ongegrond en bevestigde het handhavingsbesluit. Lingemeer stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het gronddepot opslag betreft die niet is toegestaan binnen de bestemming 'Groen' en dat het college bevoegd was tot handhaving. De gestelde toezeggingen van wethouders waren niet voldoende concreet en de mededeling in 2014 dat woningbouw niet doorging, maakte het vertrouwen ongerechtvaardigd. Ook de financiële gevolgen en het voorstel tot een hekwerk waren onvoldoende om handhaving te voorkomen.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en het handhavingsbesluit van het college. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van mr. J.Th. Drop op 26 juni 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep van Lingemeer wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit tot verwijdering van het gronddepot wordt bevestigd.