ECLI:NL:RBDHA:2020:7451
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen handhavings- en invorderingsbesluiten omgevingsrecht
Verzoeker, eigenaar en exploitant van een kitesurfschool, heeft een omgevingsvergunning voor een seizoensgebonden gebouw binnen een bouwvlak van 10 bij 15 meter. Verweerder heeft meerdere dwangsombesluiten en invorderingsbesluiten opgelegd wegens horeca-activiteiten en bebouwing die buiten het bouwvlak is gerealiseerd. Verzoeker heeft tegen deze besluiten bezwaar en beroep ingesteld en verzocht om voorlopige voorzieningen.
De voorzieningenrechter constateert dat de dwangsommen uit eerdere besluiten zijn ingevorderd en dat verzoeker betalingsregelingen heeft getroffen, waardoor geen spoedeisend belang bestaat voor schorsing van deze besluiten. Wel is er spoedeisend belang bij dwangsombesluit III, dat betrekking heeft op de overschrijding van het bouwvlak en de omvang van de bebouwing.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker de overtreding niet betwist en dat handhaving gerechtvaardigd is omdat geen concreet zicht op legalisering bestaat. Ook het betoog van verzoeker over het vertrouwensbeginsel en de duur van de handhaving faalt. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de handhavings- en invorderingsbesluiten wordt afgewezen.