ECLI:NL:RVS:2018:66
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste identiteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok op 14 maart 2016 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in die aan de vreemdeling was verleend op basis van een onjuiste identiteit. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, en de rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk was en dat de intrekking van de vergunning op grond van de onjuiste identiteit terecht was. De vergunning was immers verleend op naam van een andere identiteit dan de werkelijke identiteit van de vreemdeling, en de staatssecretaris zou deze vergunning niet hebben verleend als hij de juiste identiteit had gekend.
Echter, de Raad benadrukte dat de staatssecretaris bij het intrekkingsbesluit ook moet beoordelen of artikel 3 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) zich tegen uitzetting verzet, mede gelet op het asielrelaas verbonden aan de werkelijke identiteit. De motivering van het intrekkingsbesluit op dit punt was gebrekkig, wat de rechtbank tot vernietiging bracht. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank, met een verbetering van de motieven.
Ten slotte veroordeelde de Raad de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van €501,00.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het intrekkingsbesluit en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.