ECLI:NL:RVS:2018:590
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid handhavingsverzoek beveiligingscamera’s wegens gebrek aan belanghebbende
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder om handhaving, gericht op de verwijdering van beveiligingscamera’s geplaatst langs de Marknesserweg en Kuinderweg te Emmeloord. Het college verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid, omdat appellant niet in het gebied woont, werkt of duurzaam verblijft. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant onvoldoende onderscheid vertoont ten opzichte van andere passanten.
Appellant stelde in hoger beroep dat haar privacy werd geschonden door het filmen van haar kenteken en de opslag van deze gegevens zonder toestemming, en verwees naar nationale en internationale privacyregels, waaronder artikel 8 EVRM Pro. De Raad van State overwoog dat het incidenteel passeren van de camera’s en de verwerking van kentekengegevens in een beperkt gebied met een bewaartermijn van zeven dagen en duidelijke bebording niet leidt tot een inmenging in het recht op privéleven.
De Afdeling concludeerde dat appellant geen bijzonder, individueel belang heeft bij het handhavingsverzoek en dat de ingeroepen privacybepalingen geen aanleiding geven tot een ruimere uitleg van het begrip belanghebbende. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens gebrek aan belanghebbendheid van appellant.