ECLI:NL:RVS:2018:2418
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Arbobesluit na arbeidsongeval met blijvend letsel
De minister legde aan [appellante sub 2] een bestuurlijke boete van €10.800,- op wegens overtreding van artikel 3.17 van het Arbobesluit, na een arbeidsongeval waarbij een werknemer blijvend letsel opliep. De rechtbank matigde de boete tot €5.400,- wegens de ernst van het letsel en oordeelde dat de beleidsregel omtrent boeteverhoging onredelijk was.
De Raad van State oordeelt dat [appellante sub 2] onvoldoende maatregelen heeft genomen om het beknellingsgevaar te beperken, zoals het niet adequaat inventariseren van risico’s, het ontbreken van noodzakelijke randvoorwaarden, onvoldoende schriftelijke instructies en gebrekkig toezicht. Hierdoor is artikel 3.17 van het Arbobesluit overtreden.
De Afdeling bevestigt dat de boete in dit geval evenredig is, ondanks de kritiek op de beleidsregel die een vaste boeteverhoging toepast bij arbeidsongevallen met blijvend letsel. Het incidenteel hoger beroep van [appellante sub 2] wordt ongegrond verklaard, evenals het hoger beroep van de minister. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht.
Uitkomst: De boete van €5.400,- wegens overtreding van artikel 3.17 Arbobesluit wordt bevestigd en het incidenteel hoger beroep van [appellante sub 2] wordt ongegrond verklaard.