ECLI:NL:RVS:2018:957
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A.B.M. Hent
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens overtreding Arbobesluit beknellingsgevaar container
Op 9 januari 2014 vond een arbeidsongeval plaats bij appellante waarbij een werknemer ernstig letsel opliep aan zijn rechtervoet doordat hij bekneld raakte tussen een container en de bestrating. De minister legde een bestuurlijke boete van €18.000 op wegens overtreding van artikel 3.17 van het Arbobesluit, omdat onvoldoende maatregelen waren getroffen om het beknellingsgevaar te voorkomen.
De rechtbank vernietigde het besluit van de minister en matigde de boete tot €4.500, maar de minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Appellante stelde incidenteel hoger beroep in en voerde aan dat zij voldoende maatregelen had genomen, waaronder een mondelinge en schriftelijke werkinstructie, aanplakbiljetten, beschermingsmiddelen en adequaat toezicht.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellante de risico's voldoende had geïnventariseerd, een veilige werkwijze had ontwikkeld en instructies had gegeven. Ook was adequaat toezicht gehouden. De boete was daarom onterecht opgelegd. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de minister ongegrond, het incidenteel hoger beroep van appellante gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de boete matigde en stelde vast dat geen overtreding had plaatsgevonden. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State stelt vast dat geen overtreding van artikel 3.17 Arbobesluit heeft plaatsgevonden en vernietigt de boete.