ECLI:NL:RVS:2018:2211
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat dwangsommen voor niet tijdig beslissen over 11 afzonderlijke planschadeaanvragen terecht zijn opgelegd
Het college van burgemeester en wethouders van Heerde stelde bij besluit van 2 december 2016 een dwangsombedrag van €1.260 toe aan elf aanvragers gezamenlijk wegens niet tijdig beslissen op hun bezwaren tegen planschadebesluiten. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Gelderland, waarin werd geoordeeld dat voor elk van de elf afzonderlijke aanvragen een dwangsom verschuldigd was, stelde het college hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de dwangsom niet evenredig verdeeld kan worden over de elf aanvragers omdat de aanvragen niet nagenoeg identiek waren. Elke aanvraag betrof een afzonderlijk perceel met eigen planologisch nadeel en eigen beoordeling. De Afdeling verwierp het betoog van het college dat slechts één dwangsom verschuldigd zou zijn, mede omdat een ingebrekestelling geen aanvraag is en de toepasselijke wetsbepaling ziet op aanvragen.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat elf afzonderlijke dwangsommen terecht zijn verbeurd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht werd opgelegd aan het college.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat elf afzonderlijke dwangsommen terecht zijn opgelegd wegens niet tijdig beslissen.