ECLI:NL:RVS:2018:1500
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
Appellant heeft bij het college een Wob-verzoek ingediend voor documenten over de inrichting van IT-voorzieningen van de gemeente over de periode 2011 tot en met de dag van het verzoek. Het college stelde het verzoek aanvankelijk buiten behandeling wegens onvoldoende specificatie, maar herzag dit besluit na bezwaar en maakte enkele documenten openbaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. Appellant stelde dat hij het recht niet misbruikte en verwees naar een blog dat hij had geschreven. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak en oordeelde dat het Wob-verzoek onduidelijk en veelomvattend was, en dat het verzoek in korte tijd bij vele overheidsorganisaties was ingediend.
De gemachtigde van appellant was intensief betrokken bij het opstellen en indienen van de verzoeken en de organisatie van het project, inclusief onderhandelingen over een website om de informatie te publiceren. De inhoud van de website was echter beperkt en gaf geen daadwerkelijke analyse of duiding van de informatie.
De Afdeling concludeerde dat appellant en zijn gemachtigde het recht op Wob-verzoeken en het instellen van beroep gebruikten zonder redelijk doel en voor een ander doel dan waarvoor het recht is gegeven, namelijk het verkrijgen van proceskostenveroordelingen en dwangsommen. Dit gebruik getuigt van kwade trouw en vormt misbruik van recht. Het hoger beroep is daarom ongegrond en de niet-ontvankelijkverklaring wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens misbruik van recht bevestigd.