ECLI:NL:RVS:2017:891
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering behandeling asielaanvragen kwetsbare vreemdelingen op grond van Dublinverordening
De zaak betreft het hoger beroep van meerdere vreemdelingen tegen besluiten van de staatssecretaris om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije verantwoordelijk werd gehouden op grond van de Dublinverordening. De vreemdelingen voerden aan dat overdracht aan Bulgarije in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro vanwege risico op slechte opvang en detentie, en dat zij afhankelijk zijn van familieleden in Nederland, zodat artikel 17 Dublinverordening Pro toegepast had moeten worden.
De Raad van State overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt tussen Nederland en Bulgarije en dat er geen concreet risico is dat de vreemdelingen na overdracht worden gedetineerd of onmenselijk behandeld. Diverse rapporten tonen verbeteringen in medische zorg en opvang in Bulgarije. De vreemdelingen hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij afhankelijk zijn van familieleden in Nederland in de zin van artikel 16 Dublinverordening Pro, noch dat bijzondere omstandigheden toepassing van artikel 17 rechtvaardigen Pro.
De Raad bevestigt dat de staatssecretaris zijn discretionaire bevoegdheid terecht niet heeft toegepast en dat de vreemdelingen hun betoog omtrent artikel 8 EVRM Pro kunnen richten op een aparte aanvraag. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvragen en verklaart het hoger beroep ongegrond.