ECLI:NL:RBDHA:2017:8116
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag op grond van Dublin-verordening en nova-beoordeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn herhaalde asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de asielprocedure. De rechtbank heeft het beroep behandeld en onderzocht of er sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden (nova) die een inhoudelijke behandeling van de aanvraag rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing blijft. De aangevoerde rapporten over de Bulgaarse asielprocedure en detentieomstandigheden leiden niet tot een ander oordeel, mede omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Bulgarije zal worden gedetineerd. Ook het enkele voorbeeld van een vriend die mogelijk zonder procedure is uitgezet, is onvoldoende om systemische tekortkomingen aan te tonen.
Daarnaast is het beroep op artikel 16 van Pro de Dublinverordening en het EVRM niet geslaagd, omdat eiser geen nieuwe feiten heeft aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen. De rechtbank bevestigt dat de eerdere uitspraken en jurisprudentie geen novum vormen en dat de staatssecretaris terecht het besluit tot afwijzing heeft genomen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.