ECLI:NL:RVS:2017:858
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over automatische schorsende werking van hoger beroep in asiel- en terugkeerverzoeken
In deze zaak staat de vraag centraal of het Unierecht vereist dat het rechtsmiddel van hoger beroep in procedures over terugkeerbesluiten en asielaanvragen automatisch schorsende werking moet hebben. Dit betekent dat een vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang de termijn voor het instellen van hoger beroep niet is verstreken of zolang het hoger beroep niet is beslist.
De zaak betreft een appellant met een Iraakse nationaliteit wiens verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht is ingetrokken. Hierdoor stelde de Belastingdienst/Toeslagen zijn huur- en zorgtoeslag over 2012 definitief op nihil vast. De appellant voerde aan dat hij aanspraak had op deze toeslagen gedurende de gehele periode dat zijn hoger beroep tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning liep, mede op grond van Unierechtelijke bepalingen en het beginsel van non-refoulement.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat het nationale recht geen automatische schorsende werking toekent aan hoger beroep in asielzaken, maar dat het Unierecht mogelijk wel vereist dat het hoger beroep automatisch schorsende werking heeft om effectieve rechtsbescherming te waarborgen. Daarom heeft de Afdeling prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie en de behandeling van het hoger beroep geschorst totdat het Hof uitspraak doet.
De zaak bevat uitgebreide overwegingen over het toepasselijke Unierecht, waaronder Richtlijnen 2008/115/EG en 2005/85/EG, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het nationale systeem van tegemoetkomingen en het bestuursprocesrecht worden eveneens uitvoerig besproken.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep is geschorst in afwachting van de prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie over de automatische schorsende werking van hoger beroep in asielzaken.